Bij de meeste liefhebbers zitten de duiven nu op eieren of gaan de jongen  geboren worden. Wanneer de leg vlot verliep, heeft men nagenoeg alle koppels op eieren binnen een tijdspanne van ongeveer  4 dagen. Er is altijd wel eens een duivin die wat trager legt, of een jong koppeltje dat iets later op gang komt. Dit is niet erg. Wanneer dan bij de winterkweek die we toepassen ook nog eens 90% van de eieren bevrucht zijn, zitten we op rozen. Reeds na een viertal dagen kan men de eieren schouwen om te weten of ze bevrucht zijn. Daarbij gebruik ik altijd een sterke lichtbron in de vorm van een dikke pen. U weet wel, zo een ding met 2 penlite batterijtjes erin.

Je kunt er het eitje perfect mee doorlichten, en je ziet duidelijk een geelachtige dooier. Na enkele dagen verschijnt op die dooier een rode stip (kiemvlek) met enkele kleine spinnenweb achtige rode bloedvaatjes. Als U dit ziet is het ei bevrucht. U hoeft dus echt niet te wachten tot de eieren donker zijn om te weten of ze bevrucht zijn!

Veel liefhebbers verleggen de eieren van hun kwekers onder de vliegers. Als je de eieren wilt voorzien van een merkteken (kwestie van een goede administratie bij te kunnen houden), doet U dat best met een potlood. Alcoholstiften zijn minder geschikt, want de alcohol tast het waslaagje op de eischaal aan. Dit beschermlaagje zorgt dat het ei beschermd is tegen het binnendringen van bacteriën. Wonderlijk genoeg is er wel nog gasuitwisseling mogelijk door de poreuze schaal. Natuurlijk zal niet ieder ei slecht worden als je toch een alcoholstift gebruikte, maar het kan toch een rol spelen.

Liefhebbers die eieren verkopen, voorzien die ook van een merkteken. Dan kan een potlood natuurlijk uitgeveegd worden, en is dus ongeschikt. In dit geval kan men het ei van een stempel voorzien met stempelinkt.

Om ei breuk te voorkomen, leg ik de eieren van mijn voornaamste koppels altijd in de broedmachine. Deze koppels zitten dan tot bij het uitkippen op kunsteieren. Voordeel daarvan is ook, dat de jongen gelijk uitkomen als men beide eieren tegelijk in de broedmachine legt. Sommige duivinnen hebben de gewoonte om op het eerste ei al vast te broeden. Het jong dat geboren wordt uit het tweede ei heeft dan een groeiachterstand.

Eieren kunt u niet onbeperkt bewaren. In theorie is een periode van 2 weken haalbaar, maar vaak gaat de kiemkracht al fel achteruit na 8 tot 10 dagen. U moet de eieren bewaren bij ongeveer 12 tot 15 graden. Dat is de beste temperatuur. Leg ze donker in een schaal met grof duivenvoer. Zo kan er ook lucht aan de onderzijde van de eieren. Keer de eieren tweemaal daags. Een merkteken is daarbij handig.

Eieren die gelegd werden binnen de 6 dagen na het koppelen zijn vaak niet bevrucht. Dit is begrijpelijk als U weet hoe de ontwikkeling van een ei in zijn werk gaat. De eierstok bij de duivin (het is er slechts een) ziet er druiventros vormig uit. Hij bestaat uit follikels die bij de embryonale ontwikkeling van het vrouwtje reeds werden aangelegd. Het aantal eieren die een duivin kan leggen is dus beperkt en al bij de geboorte bepaald. Bij het kweken duurt het ongeveer vierenhalve dag om de follikel tot rijping te laten komen. De rijpe follikel komt in de eileider terecht en wordt daar bevrucht door de spermatozoïden van de doffer. Het traject door de eileider duurt nog eens ongeveer 40 uren. Onderweg wordt  het wit van het ei, hagelsnoeren, schaalvliezen en tenslotte de schaal van het ei toegevoegd. Dit gehele proces duurt dus ongeveer in totaal 6 dagen. Strikt theoretisch is het dus mogelijk dat een ei bevrucht is wanneer het gelegd werd 2 dagen na de koppeling, maar meestal is dit niet het geval.

Het tweede ei wordt bevrucht ongeveer 4 uur nadat het eerste ei gelegd werd. Het zal dan gelegd worden ongeveer 44 uur na het eerste, dus net geen twee volle dagen.

Mensen die hun duiven omkoppelen moeten met het volgende goed rekening houden. Om zeker te zijn, dat de tweede ronde eieren van een duivin wel degelijk bevrucht werd door de tweede doffer, moet de duivin twee weken apart zitten voor de tweede koppeling!!! Het sperma van de eerste doffer kan tot maximaal 14 dagen nog in leven blijven in de eileider van de duivin!!!

Misschien is dit soms een verklaring van de onbegrijpelijke kleur van de tweede ronde jongen. Ze stammen misschien nog wel van de eerste doffer af! De meeste liefhebbers hebben niet het geduld om de duivinnen lang genoeg af te zonderen.

Wie de eieren door de broedmachine laat uitbroeden, stelt de temperatuur het best niet te hoog af. Een temperatuur van 101 graden Fahrenheit is voldoende. Een hogere temperatuur doet meer kwaad dan een te lage uitbroed temperatuur. Een verlaging met 2 graden Fahrenheit verlengt de broedduur met ongeveer 1 dag. Temperaturen boven de 105 graden Fahrenheit hebben een zeer slechte invloed op het broedproces. Al deze vaststellingen verklaren dan ook waarom de broedduur steeds langer is bij koude (winterkweek), dan in de zomer.

Wie met duiveneieren op stap moet omdat hij van een andere liefhebber eieren kreeg of kocht, moet voorzichtig handelen. Duiveneieren zijn moeilijker te vervoeren dan kippeneieren. Men kan ze best liggend vervoeren in wat graan of in watten gewikkeld. Met reeds bebroede eieren is het risico nog groter. Men heeft door proeven kunnen vaststellen dat de grootste embryonale sterfte bij bevruchte eieren van duiven plaats kan hebben rond dag 4 en dag 14 van het broedproces. Daaruit werd dan de conclusie getrokken dat rond die periode het embryo het gevoeligst is, en dus best niet vervoerd kan worden. Nochtans meen ik dat het beste moment om eieren te vervoeren wel degelijk op het einde van het broed is. De eieren zijn dan het langst bestand tegen afkoeling, en men kan ook al heel duidelijk zien of men met bevruchte eieren op stap is.

Eens thuis met de eieren, legt men ze direct onder de voedsterkoppels die “gesynchroniseerd” werden met de cyclus van de koppels waaruit de eieren werden verzameld. Een verschil van twee dagen is zowat het maximum om nog met grote kans op succes te kunnen onder leggen. Als de eieren minder lang bebroed zijn, zullen de voedsterkoppels lang moeten over broeden. Ervaren duiven trappen daar niet snel meer in. In dit geval heeft men het meest succes als je de eieren onder de jongste duiven legt. Zijn de eieren veel langer bebroed, dan loopt het ook vaak mis, want een duif heeft ongeveer 14 dagen broeden nodig om pap te kunnen vormen voor de jongen.

Beschadigde eieren hebben steeds een lagere kans op uitkippen. Een gedeukt ei kan wel nog verder ontwikkelen als de schaalvliezen niet gescheurd zijn. In dit geval kleeft men op het deukje een vloeitje van een sigaret als afsluiting en versteviging. Men kan eventueel ook het deukje opvullen met was, maar dit is voor de ervaren doe het zelver. Eieren die erg bevuild werden moet men met overleg behandelen. Is de vervuiling enkel wat droge mest, dan kan men dit best zo laten. Is de vervuiling bijvoorbeeld eidooier van een kapot ei in het nest, dan mag men de schaal voorzichtig wassen met lauw water. Dit zal desondanks toch de waslaag om de schaal beschadigen, maar het is beter dan het risico op infectie (rotting) want eidooier is een goede voedingsbodem voor allerlei kiemen.

Persoonlijk help ik nooit kuikens uit het ei op het einde van het broedproces. Ik laat de natuur zijn gang gaan en reken op de natuurlijke selectie. Zeg maar gerust dat dit al een eerste selectie is op vitaliteit. Binnen de 24 uur moet het kuikentje geboren zijn, anders zit het dood in de aangepikte eischaal. Wie zich toch geroepen voelt om bij te springen, kan de schaal bevochtigen met lauw water.

Wanner de koppels broeden, is de tijd aangebroken om een grondige geelkuur te geven. Ideaal is een vijfdaagse kuur door het voer. Men kan eventueel ook nog enten tegen paramyxo als de duiven pas gelegd hebben. Zorg tenslotte voor voldoende grit en mineralen op de hokken. Tijdens het broeden hoeft men de duiven nog niet “volle bak” te voeren. Wacht daarmee tot bij het uitkippen.

%d bloggers liken dit: