Vorig weekend was het weer zo ver. De duivenbeurs te Kassel (Duitsland). Op de kaft van het programmaboekje staat zelfs dat het de grootste ter wereld is!

En ik zou het moeten geloven, want 12 grote hallen staan stampvol met alles wat ook maar enigszins met duivensport te maken heeft. Vanuit Zeeland spreek je al gouw over 500 kilometer autorijden, en dan is het leuk wanneer je bij Duitse duivenvrienden reeds vanaf de vrijdagavond kunt overnachten. Zaterdagmorgen om half negen zaten we al op de “autobahn” toen op de radio de melding kwam van “stau” aan de afslag Kassel Messe Hallen. Ik wist niet dat enkel duivenliefhebbers nog voor een echte file konden zorgen zoals je die enkel nog ziet voor autosalons en dergelijke.

Er was ook nergens een rommelmarkt of andere manifestatie te bespeuren, dus moest het werkelijk voor de duivenbeurs zijn! Tijd zat om ondertussen de nummerplaten even te inspecteren. Natuurlijk het meest Duitsers, maar ook Polen en Tsjechen die zelfs met autobussen waren gekomen. Hier en daar een Belg en een Nederlander ertussen die het moeilijk kreeg zich te beheersen en keurig aan te schuiven. Op de (gratis!) parking was het nog een flink eind lopen tot bij de ingang. Het viel mij op hoeveel mensen een mandje met duiven mee hadden. Op alle mogelijke hoekjes van de beurs maken liefhebbers daar afspraken om die duiven van eigenaar te doen veranderen. Binnen ziet het zwart van het volk. Duizenden melkers krioelen er door elkaar. Wie zich zo goed kan oriënteren als zijn duiven, slaagt erin om alle hallen grondig te bekijken.

Naast de gebruikelijke stands van de grote voeder fabrikanten en de talloze stands waar men medicijnen aan de man probeert te brengen, zijn er opvallend veel liefhebbers die in kleine stands met 20 tot 30 tentoonstellingskooitjes hun duiven te koop aanbieden. Meteen dacht ik eraan, dat een staplaats daar dus nog betaalbaar moet zijn. Ik vind dat op een duivenbeurs duiven thuis horen, al ben ik nochtans niet het type die op een beurs of de markt van Lier duiven koop. Het heeft gewoon iets. Bij velen kan men gezellig wat bijpraten en ondertussen zelfs nog een beker koffie of bier krijgen ook! Bij ons lukt dat hier alleen als je een das aan hebt. Zelfs de kleine standjes hebben dus gratis elektriciteit dacht ik meteen. Men zag er bekenden die met de liefhebber in kwestie een boompje kwamen opzetten, en ook onbekenden die de duiven keurden en misschien hoopten op de koop van hun leven. Overal stond er volk. Leuk om op zulke manier mensen terug te zien. Alleen daarvoor al zou men er heen gaan. Over promotie van duivensport gesproken…

Maar naast het koren, bestaat er nog veel meer kaf. Ik liep langs nog een rij met duivenverkopers, en mijn aandacht werd getrokken door een enorm bord van 3 meter lang waarop met grote letters stond “Original Janssen”. Ik wist niet dat directe Janssen duiven op beurzen voor het grijpen lagen dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Het is voor mij geen kunst om de domme Belg te spelen, dus liet ik mij eens grondig informeren door de verkoper want ik kon geen stambomen vinden bij zijn duiven. Hij had met de Janssen duiven een eigen stam opgebouwd zei hij. Niks als enorm succes was het gevolg. Uitslagen had hij ook al niet bij, dus dat moest ik maar als vanzelfsprekend aannemen.

Zelfs met het gigantische nadeel qua ligging was hij de anderen toch nog te snel af. Zijn duiven moesten door diepe dalen met eeuwige nevel en over beboste bergen waar tientallen hongerige roofvogels van twee meter groot zelfs ’s zomers haast alle duiven verjaagden of opaten. Even waande ik mij in Jurassic Parc. Ik nam een tiental duiven in de hand, en kon er geen twee gelijke qua bouw bij vinden. Die “stamopbouw” van hem zal dus nogal meegevallen hebben. De ringnummers van de ronde late jongen die hij te koop aanbood om de anderen ook eens een plezier te doen kwamen uit allemaal verschillende ringenseries. Toen ik hem vroeg of dat in Duitsland altijd zo is, zei hij dat hij zoveel duiven had kunnen verkopen dit seizoen, dat hij de liefhebbers in de buurt was afgegaan om te vragen of ze nog enkele ringen over hadden. Zo gaat dat nu eenmaal als men niet aan de grote vraag kan voldoen…

Na veel aandringen over wat zo een unieke vogel dan wel zou moeten gaan kosten, kreeg ik toch een stamboom te zien. De enige “Original Janssen” die ik kon terugvinden zat wel in zijn eentje in de vijfde generatie van de stamboom, of ongeveer 5% Janssen bloed met een inteeltcoëfficiënt van nul! Ik keek meteen naar het grote bord boven zijn hoofd en fronste de wenkbrauwen. Dat is normaal wist hij mij gelukkig nog te vertellen, want Janssen bloed is zo dominant dat er best niet meer mag inzitten. Of het dan was met bloed zoals met wijn kon ik hem in het Duits niet duidelijk maken (of speelde hij dan de domme Duitser?). De Janssen duif in het staartje van zijn stamboom was van 1978…

In Duitsland is een duivenbeurs nog echt feest. Er marcheerde een grote muziekkapel door de gangen voorbij alle stands! Toen we wat hongerig en dorstig waren geworden van het lachen met”Herr Klamper aus Jurassic Parc”, vroeg ik of we een broodje gingen eten. Mijn Duitse vrienden leidden mij naar hal 3 en 4 en meteen snapte ik waar hun volumineuze buik vandaan kwam. Het leek wel of we de Obern Bayern Oktober feesten binnen stapten. Ongeveer 600 man vergreep er zich aan grote potten bier en reusachtige braadworsten al dan niet met zuurkool en aardappelen. Op het podium speelde een fanfare en de stemming zat er goed in. Er was echter ook aan detail gedacht, want midden in de zaal stond op een dikke paal een ronde duiventil. Aan de lange tafels praatte iedereen er met iedereen, en voor ik het wist praatte ik een mondje Pools. De hete aardappels kwamen daarbij goed van pas! Heel wat anders dan een zuinig broodje in folie! ’s Avonds gingen we moe maar voldaan terug naar huis. Op weg naar de auto overpeinsde ik nog dat duivensport wel degelijk nog LEEFT. Als we het zelf maar willen

%d bloggers liken dit: